Hallo Allemaal,

vanuit La Paz hebben we om 19 uur de bus genomen naar Uyuni. La Paz zelf is een stad met vele gezichten. Het kent naast vele lokale kraampjes en behoorlijk ontwikkeld centrum. In dit centrum zijn de belangrijke overheidsgebouwen en banken te vinden. Rondom deze "callo commercial" is veel politie op de been. Belangrijke gebouwen hebben in ieder geval 1 zwaar bewapende agent. Ook is hier duidelijk te zien dat in Bolivia demonstraties normaal zijn, enkele agenten lopen standaard met schermen om een menigte tegen te houden. Het verschil tussen arm en rijk is in deze stad overduidelijk. De armsten lopen nog in traditionele kleding, de rijkeren hebben meer westerse kleding. Uiteraard zitten hier ook mengvormen tussen. Een tweede kenmerk is het gebit, bij de armsten zijn nagenoeg geen tanden meer over. Als laatste verschilt het figuur behoorlijk. De armsten zijn behoorlijk stevig (vergelijkbaar met Peru) waar de rijkeren een slanker en meer verzorgd figuur hebben. De rijkere dames zie je ook veelal op erg hoge hakken (10cm of meer). Het verschil in uiterlijk lijkt niet voort te komen vanuit genetische aanleg, ook de rijkere dames hebben meer langgerekte billen. Waarschijnlijk zitten de verschillen dus in het werk, de arbeidsomstandigheden en/of het beschikbare inkomen voor persoonlijke verzorging.

De busreis vanuit La Paz was de eerste uren prima. Wel duurde het eerst 2 uur voordat we La Paz uit waren. Allereerst stonden we in de spits continu vast, daarnaast stopte de bus om de haverklap om personen of goederen op te pikken. Hierna was het eerste deel van de weg tot Oruro nog geasfalteerd. Daarna kwamen we op een erg hobbelige weg, slapen ging dus ook erg lastig. In Uyuni aangekomen werden we om 6 uur "verwelkomd" door vele Bolivianen die de tour over de zoutvlaktes aanboden. Van Carlos, een donkere Boliviaan met een grote muts en goede babbel, kregen we een rondleiding door Uyuni met als eindpunt zijn kantoortje. Uyuni is niet erg groot en puur op toeristen gericht, dus de rondleiding duurde niet al te lang. Voor ons was dit prima met temperaturen onder nul. Na onze tour voor dezelfde dag te hebben geboekt gingen we eerst op zoek naar een wc. Omdat de meeste leidingen zo vroeg nog bevroren waren bleek dit nog behoorlijk lastig. Daarna hebben we goed ontbeten bij een restaurant met een haardvuur.

Om half 11 vertrokken we met onze groep, naast ons 3 Fransen en 1 Braziliaanse. Onze gids, Waldo, had zijn grote Jeep meegenomen voor de tocht. Als eerste vertrokken we naar een treinkerkhof, hier waren de oude treinen van het zouttransport gestald. Voor ons oogde de hele plek nogal toeristisch, gelukkig reden we daarop ook snel verder naar de zoutvlaktes. Als eerste kwamen we aan in Colchani, een dorpje dat puur bestaat van de zoutvlaktes. Het zout van de zoutvlaktes exploiteren ze hier in een cooperatie. Het winnen van zout gebeurd als volgt; met een pikhouweel wordt het zout losgemaakt waarna met een schep dit op een hoop wordt gegooid voor transport. Dit lijkt een beetje op sneeuwruimen zonder einde. Per kilo levert dit zout 0.50 Bs (Bolivianos, voor euro's delen door ruim 8) op. Het is dan ook logisch dat de zoutvlaktes niet massaal worden geexploiteerd maar dat ze het ook voor toerisme gebruiken. Daarna reden we verder over de immense zoutvlaktes, overal om je heen is het wit. Op deze vlakte stond een zouthotel, ooit voor toeristen gebouwd nu verklaart tot illegaal bouwwerk. Opmerkelijk genoeg vind je in de zoutvlaktes enkele eilanden. Deze bestaan vooral uit rotsen en erg grote cactussen. Wij kwamen aan op Isla Incahuasi, aan de rand van dit eiland op de zoutvlakte hadden we ook onze lunch tegen 3 uur. Na enkele foto's reden we verder over de zoutsnelweg. De jeeps halen hier snelheden van boven de 100km p/u. Tegen 5 uur kwamen we aan bij onze slaapplek. Een hostel geheel opgetrokken uit zout. Stenen, tafels, krukken, bedden etc. Hier kregen we thee met een snack waarna het avondeten volgde. Dit bestond uit kippensoep, spaghetti met een saus van voornamelijk uien (voor een van ons twee minder goed te doen) en een perzik na. Net voor het eten ging ook het licht aan, ze hebben daar namelijk maar elektriciteit tussen 19.00 en 23.00. Gelukkig stond dit goed vermeld zodat je hier rekening mee kon houden en voor die tijd je bed op kon zoeken.

De tweede dag moesten we vroeg opstaan. Het plan was 4 uur maar zoals gebruikelijk in Bolivia werd dat iets later. Om half 5 werden we dus gewekt en na het ontbijt, met geklutst ei waar aan te merken was dat ze zout in overvloed hebben, vertrokken we om half 6. Na een tocht van 2 uur in het donker kwamen we aan bij een actieve vulkaan, Ollague. Dit was duidelijk te zien aan de rook die er bovenuit steeg. Hierna gingen we verder langs 4 verschillende meren. Deze meren zijn erg wit en lijken van een afstand grotendeels bevroren. Dichterbij blijkt dat wel een deel bevoren is maar dat het grootste deel uit zout bestaat. Rond deze meren kwamen we ook pinguinvogels (volgens Marloes) en flamingos tegen. Daarna reden we door langs de grens van Chili langs de gekleurde bergen. Deze bergketens zien er geweldig uit. Rood duidt op de aanwezigheid van ijzer of koper, groen op kobalt of grasachtig mos. Combinaties naar paars, bruin of iets anders zijn ook veelvuldig te zien. Hierna kwamen we aan bij de "lonely dessert". Het waait hier erg stevig en over een heel groot deel is alleen maar zand en rots te zien. In deze woestijn stond "Arbol de Piedra", vulkanisch gesteente dat door de wind daar is gevormd. Vervolgens reden we het nationaal reservaat, Eduardo Agarca, na betaling van 150 Bs binnen. Rond 12 hadden we lunch op de plaats waar we ook gingen overnachten. Na de lunch reden we door naar de geijsers. Op 5000m hoogte vind je hier stoom uit de grond door water dat in contact staat met magma. Ook vind je hier vele poelen met grijs water dat bubbelt, dit lijkt een beetje op modder. Dit komt doordat dit water direct met magma in contact staat en hierdoor vele mineralen opneemt. Aan de rand van deze poelen zie je een goudkleurige stof, sulfiet, dit wordt door de warmte van het water gescheiden. Het rook hier naar rotte eieren, de lucht schijnt hier ook behoorlijk giftig te zijn. Hierna reden we door naar het "Laguna Verde". Dit groene meer bestaat voor 70% uit Arsenicum, hierdoor kleurt het ook groen. Omdat dit meer erg giftig is zie je hieromheen ook geen dieren en vegetatie. We vervolgden onze weg naar de "Hot Springs". Hier hebben we in een warmwaterbron lekker een duik genomen. Erin gaan en erin blijven was geen probleem en vooral erg lekker. Eruit komen was minder gezien de temperatuur hier beneden nul was, te zien aan het bevroren haar van Marloes, en het stevig waaide. Tegen 7 uur kwamen we uiteindelijk aan bij ons hostel. Na gegeten te hebben, het lukt ze tijdens deze tour niet om eten warm op te dienen, hebben we met de groep gekaart. Tegen half 10 vroegen we hoe lang het licht nog aan zou blijven. Dit ging om deze tijd, zonder aankondiging van iemand (ook onze gids niet), gewoon uit. Dus toen moesten we rond die tijd wel gaan slapen.

De derde dag konden we het rustig aan doen. Ons ontbijt stond klaar vanaf 8 uur en we vertrokken om 9 uur naar het "Laguna Colorado". Dit rode meer dankt haar kleur aan de algen die hierin leven, deze algen dienen als voer voor de Flamingos. Hier zagen we ook de eerste lama's van de trip. Onderweg reden we langs de Salvador Dali woestijn. Vanaf hier reden we het nationaal reservaat weer uit en ging het behoorlijk naar beneden. Het landschap zie je dan behoorlijk veranderen. Van zand, rots en stof naar groene struiken. Onderweg kwamen we nog een zoutvlakte tegen waar Borax werd gewonnen. Borax heeft als eigenschap dat het na verloop van tijd ondoorzichtig wordt en zou dus kunnen dienen als basis voor matglas. Als jullie denken, hoe weten ze dat allemaal? Voor alle informatie over stoffen en eigenschappen hiervan was het erg handig dat 1 Fransman hoogleraar is in de scheikunde. We vervolgden onze trip richting Uyuni met een mooi avontuur. We kwamen namelijk vast te zitten met onze Jeep in een half bevoren riviertje. Na een half uur met veel drukken, stenen voor grip en enkele pogingen kwamen we eruit. Hierna volgde al snel de beste lunch van de trip. Tonijn met aardappelen, rijst met groente en komkommer met tomaat. Op onze terugweg stopten we nog in San Christobal waarna we rond 4 uur weer in Uyuni terug kwamen. Opvallend is dat in de buurt van grote steden er erg veel afval in het landschap rondslingerd. Rond San Christobal leek ieder struik zijn/haar eigen plastic zakje te hebben.

In Uyuni moesten we tot 7 uur wachten voor onze bus naar Potosi. In de tussentijd hebben we een grote pizza gedeeld en met verbazing gekeken dat Bolivianen geen gastheerschap in zich hebben. Na onze ervaring met het licht hadden we nu een "gastheer" die in het restaurant speelde met zijn broertje, de deur dicht hield voor een lokale dame en die daarna continu op de ramen stond te trommelen. Voor ons was dit best apart omdat Bolivianen over het algemeen wel erg vriendelijk zijn en je ook wel willen helpen. Ditzelfde bleek ik de bus van 7 uur naar Potosi waar de muziek voor iedereen veel te hard stond behalve in de cabine van de chauffeur. Aangekomen in Potosi gingen we midden in de nacht op zoek naar een hostel. Prijzen lijken dan echt over de kop te gaan. Een hostel vroeg minimaal 8 keer de prijs als waarvoor deze in de Lonely Planet staat. Uiteindelijk hebben we nog een prima slaapplaats voor een goede prijs kunnen vinden. De volgende ochtend werden we hier in Potosi, de hoogste stad van de wereld op 4060m, wakker in de sneeuw. Morgen, maandag 19 juli, bezoeken we hier de zilvermijnen waarna we doorreizen naar Sucre. Updates volgen dan weer.

Liefs,

Marloes & Job

PS: In verband met vakantie van de webmaster kunnen we de komende 2 weken geen foto's op de site plaatsen.  

Reacties